Collegegeld? Afschaffen!

Mijns inziens loopt de zienswijze van veel politici, en daarmee ook in de media scheef. De idee leeft dat langstudeerders per definitie meer geld kosten. Het probleem zit hem veeleer in de manier van overheidsfinanciering dan in de studieduur.

De overheid financiert hogescholen en universiteiten per afgegeven diploma. Dit betekent dat de universiteiten en hogescholen in feite gestimuleerd worden om een diploma af te geven, in plaats van dat waar ze voor bedoeld zijn: onderwijs en onderzoek. Daarom pleit ik voor een ander systeem: geen collegegeld, maar tentamengeld!

Een van de grootste oorzaken van langstuderen is wat de student naast de studie doet: hetzij een baan, hetzij verenigingswerk. Voor je latere carriere is met name het circuit, net netwerk dat je opbouwt van groot belang. Kijk maar eens naar onze politici: zo hebben Rutte en Verhagen hun weg binnen de partij gevonden. Ook in het bedrijfsleven speelt dit netwerk een grote rol. Over het algemeen kost een langstudeerder niet meer geld dan iemand die nominaal loopt: hij of zij volgt dezelfde vakken en doet ongeveer evenveel herkansingen, alleen in een grotere tijdspanne. Het personeel wordt dus niet extra belast. De grotere tijdspanne wordt al jaren betaald door de student zelf: doe je langer over je studie, dan wordt de tijd die je er langer over doet omgezet in een lening. Aangezien hier ook rente over betaald wordt die hoger ligt dan de inflatie, kost dit de samenleving niets extra. Het zijn juist de langstudeerders die veel vakken herkansen die geld kosten: zij volgen het vak meerdere keren en vragen dus iedere keer opnieuw inzet van de docent. Het zijn dus juist deze studenten die de samenleving veel geld kosten!

Tentamengeld in plaats van collegegeld. Een studiejaar staat gelijk aan 60 studiepunten (ECTS). Met 1700 euro collegegeld, geeft dat iets meer dan 28 euro per studiepunt. Daarmee kun je rekenen wat een tentamen kost: 3 ECTS? Dan 84 euro. En moet je een herkansing doen? Opnieuw tentamengeld. Zo wordt degene die het vak moet herkansen, en dus het vak duurder maakt, afgerekend.

Dit schept meteen voordelen voor de afrekening van universiteiten: er wordt afgerekend per uitgekeerd ECTS, met bijvoorbeeld een maximum van 60 EcTS per student per jaar. Een studie heeft een vastgestelde duur, en daarmee dus een vaststaand aantal ECTS. Grote voordeel van dit systeem is dus dat universiteiten en hogescholen worden afgerekend op het onderwijs dat ze geven, in plaats van het diploma dat ze uitreiken.

Uiteraard kleven er ook nadelen aan deze methode. Er zijn vakken aan de ene universiteit die 3 ECTS opleveren, terwijl een vak met dezelfde inhoud aan een andere universiteit 6 ECTS opleveren. Er moet dus controle zijn op het onderwijs zoals het gegeven en getentamineerd wordt. Zo'n controle bestaat al door de VSNU, waarin het onderwijs van universiteiten vergeleken wordt. Wanneer we hier strenger op toezien, kunnen we de kwaliteit van het onderwijs beter waarborgen. Misstanden als diplomafraude kunnen zo beter tegegegaan worden.

Kortom, “straf” de studenten die echt meer geld kosten, en heb zorg voor die studenten die aan hun carriere werken!